Warning: call_user_func_array() expects parameter 1 to be a valid callback, no array or string given in /var/www/vhosts/leamanders.nl/httpdocs/wp-includes/class-wp-hook.php on line 298

De Wereld van Astrologie

Astrologie is een van de mooiste en diepzinnigste methoden om jezelf en de wereld om je heen beter te leren begrijpen.

Op deze website vind je informatie over astrologie, consulten en cursussen. Daarnaast werk ik ook met de Symbolon Tarot en met mediamieke waarneming.

Lea Manders



Lea Manders is erkend en gediplomeerd astrologe (Astrologische Associatie ASAS). Vanaf 1974 is zij met astrologie bezig. Vanaf 1985 heeft zij een full-time praktijk, geeft consulten, cursussen en opleidingen. Vanaf februari 2015 is zij als erkend medium aangesloten bij Stichting Enigma.
Lees verder

Lea op Facebook


De discussie: Astrologie en Wetenschap

Op de site van de stichting Skepsis www.skepsis.nl heeft astroloog Karel Roelofs begin 2007 per mail een discussie gevoerd met Rob Nanninga, redacteur van Skepter over astrologie. Karel Roelofs en Rob Nanninga waren absoluut niet in staat om elkaar te bereiken en dat is niet zo vreemd: zij spreken een andere taal vanuit een ander denkkader. Voor mij was dit een mooie aanleiding om dit onderwerp –wetenschap en astrologie- eens onder de loep te nemen en misschien hiermede ons vak te ondersteunen indien ‘dè discussie’ zich weer voor doet: de discussie over wetenschap en/contra astrologie.

Wetenschap, de enige weg?

Het valt niet te ontkennen dat de moderne wetenschap veel successen heeft geboekt en dat er vele redenen zijn om haar dankbaar te zijn. Wetenschappelijke inzichten en methoden hebben ons bijvoorbeeld bevrijd van een aantal zware levensomstandigheden, ons gezonder gemaakt en ons dus in staat gesteld beter te overleven. Wetenschappelijke kennis wordt uiteraard ook evenzo vernietigend gebruikt en bedreigt momenteel ook steeds meer ons leven, maar dat is in het kader van dit artikel een zijweg.

Professor doktor Wouter Hanegraaff [1] betoogt dat er drie hoofdvisies of hoofdgeloven in de westerse wereld al eeuwen gangbaar zijn: de christelijke visie, de wetenschappelijke visie en de esoterische visie. De wetenschappelijke visie, ook een geloof volgens Hanegraaff, is sinds de verlichting[2] de dominante stroming, maar is zij daarmee de beste of de juiste? En zijn de kaders van waaruit deze wetenschap (be)oordeelt de enige juiste?

Astrologie stamt uit oude tijden, waarin mensen anders dachten. Zij dachten niet volgens de wetenschappelijke lijnen die nu als de enige waarheid worden gezien. Het is alleen daarom al de vraag of men een wetenschap die afkomstig is uit een totaal andere manier van denken en leven kan toetsen vanuit een huidige wetenschappelijke benaderingswijze.
Vanuit het westerse denken zijn wij geneigd in vooruitgang te geloven. Die vooruitgang geldt misschien wel voor de nog vrij jonge westerse wetenschappen, maar als we naar kunst kijken dan kunnen we zien dat ‘vooruitgang’ relatief is en misschien beter gekenschetst kan worden als verandering. Verandering door het meebewegen met de context waarin bijvoorbeeld zo’n kunstwerk ontstond. Wie is een betere kunstenaar? Rembrandt of Picasso? En is hier sprake van vooruitgang of gewoon van andere benaderingswijze? In sommige culturen meent men zelfs dat er sprake is van achteruitgang door het teloorgaan van de verbinding met de oorsprong van de cultuur, die bijvoorbeeld veel dichter bij het goddelijke stond.

Wetenschap is in elk geval een product van de mens en daarmee beperkt. Ook wetenschappers kijken door hun eigen venstertje en zien de wereld vanuit hun eigen perspectief. Ook dogma en oordeel zijn hen niet vreemd, bijvoorbeeld als we zien wat er gebeurt met wetenschappers die niet het ‘juiste pad’ bewandelen. Of als we zien dat wetenschappers krampachtig hun best doen onderzoeken in de gewenste richting te leiden of zich laten kopen door commercie of ambitie.
Wetenschappers ontwerpen mentale of fysieke instrumenten met het doel om een bepaald iets te meten. Daarmee gaan zij van een bepaalde veronderstelling uit en zien in elk geval datgene NIET wat zij niet wilden meten of over het hoofd zien.
Problemen ontstaan als (natuur)wetenschappers hun inzichten verabsoluteren en zien als de Enige Waarheid. Soms lijkt wetenschap mede daardoor inderdaad op een soort religie, zoals Hanegraaff aanduidt.

Het ‘superieure’ verstand

De beroemde (verlichtings)filosoof Kant had al in de 18e eeuw een belangrijke boodschap. Hij stelde dat de mens nooit de waarheid kan zien doordat de mens beperkt is door zijn lichamelijkheid en zintuigen. Deze zintuigen laten slechts hele beperkte informatie door. Als wij mensen onze zintuigen vergelijken met die van vele dieren, dan komen wij er bekaaid af. Is het niet onthullend dat via bepaalde gevoelige camera’s stralingen en energieën te meten zijn, die wij zonder deze technologieën nooit zouden kunnen waarnemen, zoals infrarood of röntgenstralen? Natuurlijk, onze zintuigen zijn nu technologisch verscherpt en uitgebreid, maar kennen wij daardoor de waarheid of misschien nog maar een fragment daarvan? En is het niet uitermate kenmerkend dat het ene apparaat hele andere dingen kan meten dan het andere apparaat? Over welke werkelijkheid spreken wij dan? En welke werkelijkheid meten wij? En welke werkelijkheid is dan de waarheid, want is het mogelijk om door een fragment de gehele waarheid te kennen [3]?
Laten wij vooral niet vergeten dat wij onze technologieën zelf verzinnen en bouwen, aangestuurd door verwachtingen en vooronderstellingen die we reeds vooraf (vastgesteld) hebben. En zo komen wij onontkoombaar uit op ontdekkingen en conclusies die al bepaald worden door de invalshoek die we bewust of onbewust gekozen hebben. Is het dan niet uitermate kortzichtig of zelfs arrogant om een onvermijdelijk beperkte visie als maatstaf te gebruiken voor het gehele complexe leven?

Een meerderheid in deze maatschappij lijkt de onderzoeksmethoden van de natuurwetenschap op te willen leggen aan zaken, die mogelijk op deze manier niet te benaderen zijn, want anders ‘bedrijft men geen wetenschap en zijn de resultaten onwetenschappelijk’. Echter, wetenschap is menselijk en dus gelimiteerd. Daarnaast valt het lineaire denken [4] (wetenschap) niet te vergelijken met het denken in analogieën [5] (bijv. astrologie). Daarom kan men astrologie wellicht nooit inkaderen of onderzoeken via methoden die zo maar vanuit het natuurwetenschappelijke denken geïmporteerd worden.

Twijfelachtige uitgangspunten voor astrologisch onderzoek

Onder andere Geoffrey Dean heeft serieuze pogingen tot onderzoek gedaan. Echter, zijn (lineaire) uitgangspunt was onder andere het beoordelen van de mate van introversie en extraversie aan de hand van een horoscoop. Binnen elke wetenschap zijn er afspraken over de betekenis en invulling van terminologieën. Men gebruikt vaktaal, die voor een buitenstaander niet goed begrijpbaar of interpreteerbaar is. Het is daarom uitermate vreemd en onwetenschappelijk om van niet wetenschappelijk geschoolde astrologen te verwachten dat zij kennis hebben van een dergelijk vakjargon en vervolgens te verwachten dat zij kunnen komen tot eenzelfde beoordelingskader als een psychologische test of als wetenschappelijk geschoolde psychologen/sociologen. Daarnaast is dit voor astrologen een volkomen onbekende werkwijze. Bij deze opzet zijn dus veel vragen te stellen.
De opzet van dit onderzoek was als volgt: vijfenveertig astrologen van over de gehele wereld, moesten de introversie en extraversie van proefpersonen beoordelen. De Eysenck Personality Inventory was het uitgangpunt om de astroloog aan te toetsen. Uitgangspunten van astrologie worden dus getoetst aan een psychologisch model. Dat roept al vele vraagtekens op. Er zijn namelijk heel wat verschillende modellen, testen en invalshoeken. Peter Shepherd, psycholoog [6] schrijft over deze test: ‘So the results of this Questionnaire should be seen as an instructive guide to your present psychological makeup and an indication of areas of your life that you may choose to transform by applying appropriate techniques of personal development.’ De uitkomsten van deze test zijn dus nogal wat anders dan datgene wat een horoscoop weergeeft.

Is het dan wel verantwoord om deze twee moeilijk grijpbare disciplines, psychologie en astrologie, te koppelen om astrologie te toetsen? Begrepen de astrologen het psychologische denkraam wel voldoende of spreken astrologen en psychologen nu eenmaal een geheel andere taal? Past de psychologische invalshoek die gebruikt werd voor deze toets wel bij astrologie? En waarom toets je astrologie aan psychologie en waarom niet andersom?
Ook kunnen in Deans onderzoek culturele verschillen tussen deelnemers en astrologen aanwezig zijn, die een zeer bepalende rol kunnen spelen, die de resultaten ingrijpend beïnvloeden. Woorden kunnen een cultureel en/of persoonlijk een bepaalde inhoud hebben die sterk verschillend is. Daardoor worden resultaten vertroebeld. Het is bijvoorbeeld een bekend gegeven dat de meeste autochtone tests niet werken voor allochtonen, waardoor hun IQ bijvoorbeeld systematisch te laag wordt beoordeeld. Culturen verschillen ook onderling sterk als we het hebben over introvert of extravert zijn. Vergelijk een Italiaan maar met een Noor… Kortom, men vergelijkt dan appels met peren. En dat zou ook bij Deans onderzoek heel wel het geval kunnen zijn geweest.

Astrologen hebben geen wetenschappelijke ‘back-up‘ waardoor astrologische termen en begrippen niet duidelijk gedefinieerd zijn. Astrologen hebben daarnaast een zeer verschillende opleiding genoten. Sommigen zijn ontwikkeld en welbespraakt. Anderen zijn minder opgeleid, maar kunnen misschien wel goed met mensen om gaan en astrologisch consulteren.
Wat bedoelt welke astroloog eigenlijk met woorden als: dominant, gevoelig, initiatiefrijk, leiderschap, introvert, extravert, etcetera en wat bedoelt een testende wetenschapper daarmee? Die woorden kunnen voor eenieder een andere invulling hebben. Vergelijken is lastig en mijns inziens misschien zelfs onmogelijk zolang die definities en een gemeenschappelijk basisniveau en goed omschreven begrippenkader er niet zijn in de astrologie.
Ondanks het feit dat er momenteel erkende opleidingen zijn, moeten we toch constateren dat de eenheid qua criteria, definities en uitspraken nog ver te zoeken is. De opleidingen zelf verschillen sterk. Kortom, het is heel eenvoudig om wetenschappelijk ‘aan te tonen’ dat astrologie niet zou werken gezien het bovenstaande.

Overigens zijn bovenstaande fundamentele tekorten binnen ons vakgebied mijns inziens vooral te wijten aan de nadelige positie die astrologie heeft gehad tijdens de ontwikkeling van het wetenschappelijke denken en het opzetten van universiteiten e.d. Vanaf de Verlichting heeft men zich afgezet tegen astrologie. Hoe komt dit eigenlijk? Het serieus nemen van astrologie tast de wortels van het verlichtingsdenken aan doordat de grondslag van astrologie ligt in het zien van een samenhang tussen het leven op aarde en bewegingen aan de hemel, hetgeen indruist tegen de nu dominante en gangbare westerse materialistische visie [7]. Deze afwijzing geldt niet alleen ten aanzien van de astrologie. Ook alternatieve kennisgebieden als homeopathie, iriscopie, aura’s lezen en healen, etcetera worden afgewezen vanuit een materialistisch wereldbeeld en wetenschap.

De eeuwenlange astrologische praktijk

Hoewel het misschien niet gezien kan worden als een hard bewijs, toch is het op zijn minst opmerkelijk te noemen dat astrologen kennelijk al duizenden jaren naar tevredenheid adviseren. Ondank alle vervolgingen in het westen (kerk, inquisitie) is astrologie levend gebleven en ondanks alle weerstanden steeds weer naar voren gekomen.
Het is tevens zeer opmerkelijk dat er tijdens het tienjarige bestaan van mijn vakvereniging, de Astrologische Associatie, in die tien jaar slechts één klacht is gemeld. En deze is opgelost. Ook is het opmerkelijk dat de Consumentenbond vanwege de grote interesse vanuit haar leden m.b.t. ‘de alternatieven’ een onderzoek startte, waar astrologische[8] vakverenigingen in eerste instantie ook aan mee mochten doen. Leden van de Consumentenbond werden opgeroepen eventuele klachten aan te geven. Er kwamen slechts weinig klachten binnen over alternatieve behandelingen en adviezen.

De Nederlandse consument is een mondige consument. Er is geen enkele reden om uit te gaan van naïviteit of van andere redenen, waardoor men niet zou durven of kunnen klagen. Kennelijk heeft men veel baat bij een astrologisch advies. Er wordt vaak gesuggereerd dat astrologen dan kennelijk goede mensenkenners moeten zijn, waardoor zij goed kunnen adviseren. Maar waar hebben deze astrologen dat dan geleerd? Astrologie, psychologie of therapie… het zijn geheel andere vakken!

Astrologie gaat veelal over mensen. Uit vele onderzoeken blijkt dat mensen zich vaak herkennen in algemeen menselijke uitspraken, zoals ‘u bent wel eens onzeker’. Mensen kennen zichzelf vaak slecht en hebben meningen over zichzelf die worden beïnvloed door cultuur en naaste omgeving, maar die niet noodzakelijkerwijze de waarheid hoeven te zijn. Dat maakt elk onderzoek hierover per definitie lastig. Dit feit kan alleen maar aanleiding geven om te beseffen dat een insteek die een goede zelfkennis vereist of veronderstelt niet kan werken (onderzoek Dean, Astrotest van Skepsis). En dat ligt niet aan de waarde van astrologie, maar aan de aard van de mens in combinatie met een wetenschappelijke barrière en taalbarrière tussen astrologie en (bepaalde vormen van) wetenschap. Kortom, het bewijzen (of ontkrachten) van astrologie via psychologie of iets dat lijkt op psychologie zal in elk geval nu, gezien de stand van zaken, gedoemd zijn te mislukken.

De Astrotest – amateuristisch opgezet

De Stichting Skepsis (www.skepsis.nl) is welbekend in astrologische kringen, zeker ook door de zogenaamde Astrotest. Nog steeds wordt op de Skepsis-site deze flut test als een soort bewijs tegen astrologie gepresenteerd. De werkelijkheid is anders. Ten tijde van de Astrotest was ik voorzitter van het voormalige Nederland Genootschap van Praktiserende Astrologen (NGPA), voorloper van de AVN. Wij stonden als bestuur toen open voor een soort test, ondanks de scepsis (!) van veel van mijn vakgenoten, die niet geloofden in de integriteit van Skepsis specifiek en van de wetenschap in het algemeen. Uiteraard is dit wantrouwen ontstaan nadat de nodige negatieve ervaringen al waren gepasseerd in de loop der tijden. Naar bleek was dit wantrouwen helaas terecht.

Als NGPA hebben wij in eerste instantie medewerking verleend en meegekeken naar de onderzoeksopzet. De onderzoeksopzet van de heer Nanninga riep vele vragen bij mij op. De vraagstelling was zodanig vaag dat ik de bui al zag hangen en besefte dat de proefpersonen wiens horoscoop vergeleken en gekoppeld moesten worden aan een door hen vage en multi-interpretabele ingevulde vragenlijst, ons astrologen voor een onmogelijke opgave zouden stellen. Er werden vragen gesteld als: hebt u veel vrienden? Er werd echter niet aangegeven welke criteria golden om te bepalen wat ‘veel vrienden’ zijn. Hebben we het dan over vijf, acht, tien, vijftien vrienden? En misschien benoem ik iemand wel als een vriend, terwijl een ander zou vinden dat het een kennis is. Wat te denken van een vraag als: wat verwacht u van een relatie? Tja, dan kan je de antwoorden al wel dromen. Men antwoordde in zinnen als: ik verwacht dat mijn partner intelligent is en er goed uitziet, en dergelijke. Daarnaast is zo’n opzet een omdraaiing van hoe astrologen gewoonlijk werken: de astroloog heeft gewoonlijk eerst een horoscoop en geeft op basis daarvan een analyse en werkt nooit andersom. De cliënt vraagt de astroloog juist om te verhelderen waarom het niet loopt in een relatie, terwijl men die intelligente goodlooking partner misschien allang gevonden heeft. De astroloog benoemt nu juist datgene wat de cliënt zich niet of maar vaag bewust is. De astroloog moest dus voor de Astrotest een werkwijze gebruiken die voor hem of haar totaal nieuw was en die binnen de astrologie geheel ongebruikelijk is [9].

Het viel bij deze test direct op dat de proefpersonen veelal sociaal wenselijke of algemene antwoorden gaven op dat wat zij bijvoorbeeld van een partner verwachtten (lief, aantrekkelijk, gelijkwaardige relatie, etc,). Na deze observatie drong ik er bij Rob Nanninga van Skepsis op aan, het door hem gemaakte concept door een deskundige laten beoordelen. Misschien had Nanninga daar niet zoveel zin in [10], want ‘hij wist niet welke deskundige hij zou moeten inschakelen’. Heel wonderlijk voor een stichting die stelt: Skeptici prikken pseudowetenschappelijke theorieën door, signaleren misstanden en ontmaskeren soms bedriegers. Ze proberen ook verklaringen te vinden voor vreemde verschijnselen en hebben belangstelling voor factoren die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van ongefundeerde overtuigingen. Heeft Stichting Skepsis daar dan wèl de deskundigheid voor in huis? Of vertrouwde Nanninga gewoonweg zijn eigen onderzoeksopzet niet?
De astroloog zou, volgens Nanninga, deskundig moeten zijn, als het gaat om het beoordelen van enquêtes, het opstellen van de juiste vragen et cetera. En vervolgens, als de test niet slaagt, is de astroloog dus verantwoordelijk voor het eigen falen [11]. Het klinkt bijna als een soort valstrik….. En blijkbaar vindt Nanninga dat het de astrologen waren die faalden en niet zijn eigen onderzoek, terwijl kwaliteit en insteek van dat onderzoek aantoonbaar onwetenschappelijk en zwak zijn.
Het is een bekend gegeven dat de uitkomsten van een enquête sterk worden beïnvloed door de vraagstelling en de opzet, maar dat is blijkbaar tot op de dag van vandaag nog niet doorgedrongen bij de Stichting Skepis. Wel wonderlijk, want Skepsis formuleert als haar doelstelling op de site www.skepsis.nl: Kritisch onderzoek. De Stichting Skepsis stelt zich ten doel buitengewone beweringen aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. Meestal blijkt dat de beweringen niet zijn gebaseerd op fatsoenlijk bewijsmateriaal of door de mand vallen wanneer ze op de proef worden gesteld. Blijkbaar geldt ‘kritisch onderzoek’ alleen ten aanzien van de ‘buitengewone beweringen’ die door Skepsis op de korrel genomen worden, maar niet voor de Stichting zelf en haar eigen onderzoeken!
Het was mij dus duidelijk geworden dat het onmogelijk zou zijn om positief in dit onderzoek te scoren, al hoopte ik dat het anders zou uitpakken. Ik heb Nanninga toen aangegeven dat ik slechts akkoord ging met een bepaalde medewerking vanuit het NGPA voor deze opzet als we het zouden beschouwen als een PROEFonderzoek dat zou leiden tot een andere vervolgopzet als het niet zou slagen. Zoals reeds door mij verwacht mislukte het experiment jammerlijk. Veel astrologen hadden dat overigens niet verwacht. Maar is dat zo vreemd? Een astroloog is geen wetenschapper, onervaren met elke vorm van onderzoek en heeft geen inzicht in de sturende principes die ontstaan door vraagstellingen en woordgebruik. Een astroloog heeft dus geen inzicht in al die complexe factoren die zo’n onderzoek beïnvloeden.

Meer dan 12 jaar na dato ‘pronkt’ Skepsis nog steeds met dit knullige ‘onderzoek’. De belofte van Nanninga om na eventueel falen te werken aan een andere opzet is nooit nagekomen. Door een terecht gebrek aan vertrouwen in de astrologische wereld, die misschien niet meer wil meewerken? Of wil Skepsis slechts aan de kaak stellen en scoren, zelfs met een eigen totaal onwetenschappelijke test!
De Astrotest werd onwetenschappelijk bedacht en uitgevoerd door een niet wetenschapper (Rob Nanninga en deels de deelnemende astrologen) en werd ook beoordeeld door een niet wetenschapper (Rob Nanninga). Dus Stichting Skepsis, haal die ‘test’ eindelijk eens weg òf laat opzet, vragenlijsten, resultaten en analyse eens beoordelen door een onderzoeksbureau dat procedures heeft ontwikkeld om tot verantwoorde en zorgvuldige vormen van onderzoek te komen! Overigens is het onderzoek op geen enkele manier nog controleerbaar, want Nanninga mailde mij dat hij de stukken niet meer in zijn bezit heeft [12], dus van fatsoenlijk bewijsmateriaal is ook geen sprake. Een reden te meer om de Astrotest maar eens ten graven te dragen, want nu is elk fundament weggeslagen en elke bewering uit de lucht gegrepen!

In het artikel over de Astrotest is veel zichtbaar over de bedoelingen van de auteur. Als we het artikel over de Astrotest lezen komen we zinnen en zinsneden tegen als: [13] Gratis loterij; De astrologen hadden hun keuzes evengoed kunnen bepalen door kruis of munt te gooien, want hun score bedroeg slechts vijftig procent.; De astrologen hadden hun antwoorden net zo goed willekeurig kunnen invullen zonder de horoscopen te raadplegen. Vier gaven toe dat de mogelijkheden van de astrologie niet zo groot waren als ze hadden gedacht; Er waren niettemin zestien respondenten (75 procent) die het aannemelijk achtten dat wetenschappelijke experimenten zullen kunnen aantonen dat horoscopen wezenlijke informatie bevatten. Het sterke punt van de Astrotest was dat de astrologen hun eigen vragen mochten bedenken, zodat ze ook zelf verantwoordelijk zijn voor hun falen.;Verscheidene astrologen hebben inmiddels hun toevlucht gezocht tot uitspraken die bijna niet te weerleggen zijn.; In dat geval zou een centrale stelling van de astrologie zijn ontkracht.; Zij verweet mij dat ik deze niet aan een deskundige had voorgelegd. Daarmee bedoelde ze niet zichzelf, want ik had haar de lijst van te voren ter beoordeling opgestuurd.; Als astrologen zouden erkennen dat horoscopen louter een bron van inspiratie zijn…

De toon van dit soort uitspraken laat voldoende zien van een benadering die niet bepaald de bedoeling heeft neutraal en wetenschappelijk te informeren.

Serieus onderzoek naar astrologie is taboe!

Astrologie is wetenschappelijk een taboe en wordt door de meeste wetenschappers vijandig benaderd. Er zijn negatieve ervaringen bekend van wat wetenschappers overkwam, die wèl open stonden voor astrologie en aanverwante zaken. Zodra zij pogingen deden om serieus onderzoek te verrichten en indien het onderzoek leidde tot positief resultaat, dan was hun wetenschappelijke carrière per direct ten einde! De Franse statisticus Qauquelin was een voorbeeld daarvan. Zijn resultaten over de samenhang van planeetstanden en beroepen waren niet negeerbaar, al bevestigden zij niet altijd de klassieke astrologische theorieën. Door zijn medewetenschappers werd als bloedhonden de vervolging op zijn resultaten ingezet. Het mocht niet waar zijn, dat wat deze wetenschapper ontdekte! De resultaten zijn en blijven frappant.

Onderzoek naar astrologie. Kan dat?

Onderzoek naar astrologie, kan dat wel? Dat is vast mogelijk, maar niet door astrologie te persen in een haar wezensvreemd keurslijf. De gekozen onderzoeksopzet bepaalt namelijk altijd ingrijpend de eindresultaten van een onderzoek. Meestal is het zo dat een wetenschapper werkt vanuit een stelling en probeert met het onderzoek die stelling te bewijzen. Daarmee is het uitgangpunt gekleurd en daarmee ook de onderzoeksopzet en de interpretatie van de onderzoeksgegevens. Grote zorgvuldigheid is dus geboden.
Als we astrologisch onderzoek zouden willen doen dan zullen we methoden moeten vinden of ontwikkelen die recht doen aan een denktrant die past bij het vak en aan de natuurlijke werkwijze van een astroloog. Daarnaast moeten we rekening houden met allerlei kanttekeningen m.b.t. het gebrek aan wetenschappelijke back-up en dergelijke.

Astrologen hebben in de loop der tijd talloze uitspraken gedaan voor hun cliënten, bijvoorbeeld over pasgeboren baby’s. Zou het niet boeiend zijn om die uitspraken op een rijtje te zetten en te vergelijken met wat de ouders vinden van hun kind als het groter geworden is? Ook de actualiteitsuitspraken, prognoses van astrologen voor hun cliënten zijn interessant onderzoeksmateriaal. Dat zou wellicht onderzoek kunnen betekenen dat recht doet aan de werkwijze van de astroloog en dat geen onnatuurlijke spagaat zou betekenen.
Onderzoek naar astrologie betekent dus pionierswerk.

De mij bekende onderzoeken zijn allemaal gebaseerd op kwantitatief en deductief onderzoek. Dat wil zeggen dat men probeert vanuit de theorie de praktijk te bewijzen en dat men herhaalbare vergelijkbare situaties en kenmerken zoekt om vandaar uit de theorie cijfermatig al dan niet te bewijzen.
Vreemd genoeg is er naar mijn weten nooit kwalitatief onderzoek verricht, waarbij men begint met de praktijk en de ervaring en andersom gaat terug werken naar bijvoorbeeld de vraag of datgene wat de astroloog heeft gezien en beschreven overeen komt met de beleving van de cliënt zelf.

Blijft de vraag of onderzoek wel nodig is. In de ogen van veel astrologen niet, want de cliënt is meestal tevreden en een onderzoek of astrologie wel werkt ervaren veel astrologen als overbodig. Echter, ons vakgebied, met soms ook zijn tegenstellingen, zou kwalitatief verbeteren als we onderzoek zouden (kunnen) doen. Maar dan wel op een leest geschoeid die de astrologische voet past en waarbij de basis moet zijn dat ons vak zich verder kan ontwikkelen!

Onderzoek om cijfermatig te bewijzen dat astrologie werkt is tot op heden een lastige zaak. Er is het risico om appels en peren met elkaar te vergelijken (bijvoorbeeld astrologie en psychologie) en het probleem dat horoscopen zeer sterk van elkaar verschillen in combinatie met het gegeven dat mensen vaak sociaalwenselijke of algemene antwoorden geven op onderzoeksvragen en daarnaast zichzelf soms slecht ‘in depth’ kennen..
Onderzoek lijkt voor veel astrologen en hun cliënten dus in feite overbodig. Een astroloog zou geen (slecht betaalde) astroloog willen zijn als het volgens zijn/haar ervaring niet werkte. Bestaat er een god? Werkt therapie? Werkt extra taalonderwijs voor allochtone kinderen? Allemaal lastig of misschien zelfs onmogelijk om te bewijzen, maar dat wil nog niet zeggen dat we er dus niks meer mee kunnen of dat het niets waard zou zijn.

Leerpunten voor astrologen

Laat ik voorop stellen dat de meeste astrologen deskundig en uitstekend hun werk doen. Maar wij staan theoretisch zwak, zowel vaktechnisch als filosofisch. Wij zijn geneigd ‘ons ding te doen‘ en verder zien we het wel. Er moet brood op de plank komen en we verdienen nu niet bepaald dik. Dus tijd voor goed onderzoek ontbreekt en de kennis daarvoor veelal ook.
Systemen buitelen over elkaar heen; klassieke astrologie bevecht de psychologische astrologie; spirituele astrologie (of heet het structurele astrologie?) is opeens in de mode, etc. Allemaal niet erg en heel leerzaam, maar waarop baseren wij ons? Deze speculatieve beoefening van ons vak maakt het leuk, vrij maar ook oncontroleerbaar. Het zou over kunnen komen als: men doet maar wat en roept maar van alles….. Hierdoor is het voor de buitenwereld heel gemakkelijk om ons niet serieus te nemen. Persoonlijk denk ik dat dit gegeven, in combinatie met de afweer tegen een totaal andere niet materialistische levensvisie, er de oorzaak van zijn dat astrologie in deze maatschappij officieel wordt afgewezen.

Gelukkig zijn er in sommige moderne wetenschappen boeiende ontwikkelingen gaande die interessante nieuwe gedachten en theorieën genereren, die soms heel wel passen bij onze uitgangspunten. Zo is het de wetenschap zelf die verandert en mogelijk onze inzichten steeds meer gaat ondersteunen of zelfs onderbouwen.
De maatschappij verandert in een sneltreinvaart en het materialisme heeft zijn langste tijd wel gehad. Er is niet voor niets een toenemende roep om normen en waarden en een gigantisch brede belangstelling voor spiritualiteit, juist tegen alle materialistisch-wetenschappelijke verwachtingen in. Na elke ‘mode’ komt er weer een andere trend. Maar laten we niet achterover leunen en laat vooral de (vak)verenigingen werken aan een betere vakmatige basis, want dan kan men ons geweldige beroep werkelijk serieus gaan nemen!

[1] leerstoel geschiedenis van de hermetische filosofie en verwante stromingen UvA Amsterdam.
[2] Wikipedia: De verlichting is de naam die gebruikt wordt om een politieke en filosofische beweging aan te duiden die de opvattingen over politiek, filosofie, wetenschap en religie binnen de westerse wereld grondig wijzigde. Het was een reactie op het dogmatische autoriteitsgeloof. Het is niet mogelijk om het exacte begin en einde ervan aan te duiden, maar ruwweg duurde de verlichting van 1650 tot de Franse Revolutie (eind 18e eeuw).Het belangrijkste principe van de aanhangers van de verlichting was dat men de waarheid omtrent bepaalde zaken kon vinden met behulp van de ratio (de rede, het verstand), in plaats van wat bijvoorbeeld kerkelijke autoriteiten zeiden zonder meer voor waar aan te nemen.
[3] Denk aan een groep mensen die allemaal hetzelfde boek hebben gelezen. Elk heeft een eigen beeld en invulling van het gelezene.
[4] Als ik tweemaal zover moet lopen, dan heb ik tweemaal zoveel tijd nodig. Een voorbeeld van lineair denken. Aan dat lineair denken wordt in ons wiskundeonderwijs terecht veel aandacht besteed. Maar dat speelt ons parten, want we gaan daardoor ook lineair denken als het helemaal niet mag. Dat blijkt uit het doctoraatsonderzoek van Wim Van Dooren van het Centrum voor Instructiepsychologie en -Technologie van de K.U.Leuven.
[5] Het denken vanuit vergelijkbare samenhangen; vanuit overeenkomsten; het verenigen van denkwerelden. Het kijken naar datgene wat verwantschap heeft op basis van bepaalde eigenschappen of kenmerken, bijvoorbeeld tussen de zon en een zonnebloem (vorm, kleur, groot, stralend).
[6] http://www.trans4mind.com/shepherd.htm
[7] Materialisme-idealisme (uit Wikipedia) De tegenstelling materialisme-idealisme is een fundamentele scheiding der geesten in de filosofie, die teruggrijpt op het schisma tussen de westerse en oosterse wetenschapsbenadering. In zijn meest principiële vorm wil het zeggen, dat de (westerse) Materialistische wetenschap alleen de materie (objekten en energieën) als werkelijk (enige oorzaak) accepteert en de subjectieve verschijnselen als niet-objectieve bijverschijnselen van de materie beschouwt, terwijl de oosterse (idealistische) wereldbeschouwing van het standpunt uitgaat, dat de verschijnselen in de materiële wereld veranderlijk, tijdelijk en afhankelijk van interpretatie zijn, en dus niet werkelijk, maar een gevolg van onze waarneming. De enige objectieve werkelijkheid is het onveranderlijke Zelf (Atman), dat in wezen gelijk is aan God (Brahman). Zo wordt gezegd dat God (= het diepste zelf in alle wezens) de enige werkelijkheid is. Al het andere is begoocheling (Avidya). Hierbij moet opgemerkt, dat in de oosterse systemen ook psychische verschijnselen als ‘ideeën’ als vormen van materie (niet-zelf) worden gezien, deel uitmakend van de begoocheling. Het probleem is moeilijk op te lossen omdat alle kennis die we hebben over de wereld via de zintuigen tot ons komt en dus automatisch subjectief is. De vraag is: Zien we de wereld zoals ze is of zien we alleen een idee van de wereld? De vraag komt vooral naar voren in het onderzoek naar het ontstaan van het leven (bijv: evolutieleer <-> creationisme ( of intelligent design)) en in de vraag of het lichaam een noodzakelijke voorwaarde is voor psychische faculteiten (en andersom). De moderne westerse wetenschap heeft zijn wortels in de Renaissance, toen men zich los begon te maken van de dogma’s van de katholieke kerk. Langzaam werden de mensen vrij om de wereld te onderzoeken en te interpreteren, en bij dit nieuwe onderzoeken, wat zou uitgroeien tot de empirische wetenschap bleek al snel, dat men heel goed kon zonder termen als God of ziel (waarvan het bestaan ook niet te bewijzen was) om bepaalde verschijnselen te verklaren. Vandaar dat de empirische wetenschappen over het algemeen materialistisch zijn. De werkelijkheid van verschijnselen als ‘geest’ of ‘bewustzijn’ worden erkend noch ontkend, ze vallen simpelweg buiten het onderzoeksgebied en er worden geen uitspraken over gedaan.
[8] In het vervolgstadium werden astrologen uitgesloten, omdat men zich richtte op alternatieve therapeuten en genezers op medisch vlak.
[9] Er zijn over de opzet nog veel meer kritische opmerkingen te maken, maar passen nu niet binnen de grote lijn van dit artikel.
[10]Auteur: Rob Nanninga Bron: Skepter 8(2), juni 1995 en teven op de site www.skepsis.nl: ‘In een reactie op een eerder artikel over de Astrotest (De Groene Amsterdammer, 17 mei) schreef Lea Manders dat de vragenlijst niet wetenschappelijk verantwoord was. Zij verweet mij dat ik deze niet aan een deskundige had voorgelegd. Daarmee bedoelde ze niet zichzelf, want ik had haar de lijst van te voren ter beoordeling opgestuurd. Ook een psycholoog zou waarschijnlijk geen uitkomst hebben geboden, want aan een psychologische test zoals Dean gebruikte, hecht Manders geen waarde. Het blijft onduidelijk welke deskundige ik had moeten inschakelen. Het sterke punt van de Astrotest was dat de astrologen hun eigen vragen mochten bedenken, zodat ze ook zelf verantwoordelijk zijn voor hun falen.’
[11] Citaat website Skepsis, artikel over de Astrotest: Het sterke punt van de Astrotest was dat de astrologen hun eigen vragen mochten bedenken, zodat ze ook zelf verantwoordelijk zijn voor hun falen.;
[12] Nanninga stelt ze 12 jaar geleden aan ondertekende ter inzage mee te hebben gegeven en ze niet terug te hebben gekregen. Het niet terug hebben gegeven is de auteur onbekend.
[13] Onderstrepingen door de auteur om de tendentieuze toonzetting te laten zien.

2 reacties op De discussie: Astrologie en Wetenschap

Laat een reactie achter

  

  

  

  • Hallo Lea,

    Bedankt voor het goed geschreven stuk. Kan er iets gezegd worden over mijn bevindingen dat alle beginhoroscopen in ieder onderzoek wel juist zijn en dat naarmate de statistiek uitbreid wordt de significantie weer verloren gaat? Heeft misschien te maken met de aantrekkingskracht van persoon tot persoon in een veel omvattender systeem dan wij zo op het eerste gezicht denken?

    Met vriendelijke groeten,

    Fred.

  • […] Auteur: Lea manders Datum oorspronkelijke blog: 1 november 2011 bron: http://www.leamanders.nl/astrologie-en-wetenschap/ […]